Je hoeft niet je best te doen in een familieopstelling

Soms hoor ik het dat mensen denken dat een familieopstelling iets kan fixen, dat het voor grote veranderingen zorgt, dat het meteen voelbaar is en dat het je (meteen) verlost van een patroon.
Ook zie ik soms dat deelnemers in hun eigen opstelling denken dat ze hun best moet doen om een extra stapje te zetten, of een beweging moéten maken die eigenlijk nog niet kan, omdat je dan denkt dat het meer effect heeft.
Terwijl; het tegendeel is waar. We werken in een opstelling met wat er écht kán. Aanwezig blijven en goed meevoelen waar iemands grenzen liggen en waar iemand vanuit het hoofd een beweging maakt omdat hij denkt dat dat de bedoeling is, of omdat de opsteller hem aanmoedigt. Het wordt dan al snel een ‘trucje’ en het dient jou als vraaginbrenger niet omdat je lichaam en jouw zenuwstelsel er gewoonweg nog niet aan toe zijn.
Het is niet zo dat als je in een opstelling ‘jezelf een extra zetje geeft’ het effect groter is. Sterker nog, het kan soms zorgen voor dissociatie in plaats van integratie.
Er kunnen grote bewegingen plaatsvinden tijdens een opstelling, maar een grote beweging is niet altijd een letterlijk grote stap. Soms is een hele grote stap, ‘enkel’ iets aankijken waar je misschien (onbewust) al je hele leven niet naar hebt durven kijken en de angst, het verdriet of de pijn die daarbij horen toelaten onder begeleiding in aanwezigheid van een veilige bedding.
Dat betekent dus ook dat soms een opstelling van iemand misschien maar 20 minuten duurt en die van een ander 1 uur. Het zegt werkelijk niets over de kwaliteit van jouw opstelling. Jij krijgt de opstelling die kloppend is voor jou en afgestemd is op wat jouw zenuwstelsel aankan.
Grote stappen of een langere opstellingsduur zijn nietszeggend over de kwaliteit van jouw opstelling, en hebben zeker niet een beter effect.